Nieuw wetenschappelijk onderzoek brengt hoop: Omega-3 visolie en vitamine E voorkomen óók ernstige spier- en zenuwziekten

Vis is gezond, dat is bekend. Onderzoek onderstreept steeds meer het genezende en preventieve effect van omega 3-vetzuren, zowel voor wat betreft hart- en vaatziekten, spierziekten als zenuwaandoeningen. Een heel recent onderzoek in Engeland bevestigde de resultaten van een eerder onderzoek van de medische faculteit van de universiteit van Utrecht: n.l. dat een hoge inname van poly-onverzadigde vetten samen met vitamine E het risico op motorische neuron ziekten gehalveerd kan worden.

Mensen die dagelijks een hoge dosis van meervoudig onverzadigde vetten of zogenaamd poly-onverzadigde vetten gebruikten, met inbegrip van omega 3, (zoals die voorkomen in vis of bepaalde oliën zoals lijnzaadolie), konden volgens dit Nederlandse onderzoek het risico op MND of motorische neuronziekten, met maar liefst 60 percent verminderen in vergelijking met de testgroep patiënten die er minst van innamen. De opvallende uitslag van deze studie zal binnenkort in het Tijdschrift van Neurochirurgie, Psychiatrie en Neurologie verschijnen.

MND of motorische neuronziekten, veroorzaken een progressieve fatale conditie waarbij spiermassa en conditie verloren gaan. Men ging er van uit dat genetische factoren en leefomstandigheden de ziekte veroorzaakten of konden beïnvloeden. Men was er ook van overtuigd dat de voeding sterk bij de zaak betrokken was. In Engeland alleen al zijn er meer dan 5000 patiënten het slachtoffer van, vooral in de leeftijd tussen 50 en 70 jaar. Onderzoekers van de medische faculteit van de universiteit van Utrecht hebben een testgroep van 132 personen onderzocht waarvan een aantal zeker en sommige mogelijks het slachtoffer waren van ALS of Amyotrope Laterale Sclerose. Het veroorzaakt een ernstige handicap, beter bekend als MND bij de betrokkenen.

Voor dit onderzoek vulden de betrokken patiënten een uitgebreide en gedetailleerde vragenlijst in over hun voedingsgewoonten en hun dagelijkse inname van poly-onverzadigde vetten, omega 3 en vitamine E. De resultaten ervan werden vergeleken met die van 220 gezonde personen. Andere factoren zoals leeftijd, geslacht, energieopname, gewicht, en het rookgedrag werden eveneens opgenomen in het onderzoek.

Opvallend verschil in dagelijkse voeding.

Uit dit onderzoek is gebleken dat de totale energieopname en het gebruik van voedingssupplementen dezelfde waren in beide groepen. Het grote verschil was dat mensen met ALS (Amyotrope Laterale Sclerose) heel opvallend minder poly-onverzadigde vetten gebruikten en veel minder vitamine E dan in de gezonde groep. De hoogste inname van deze goede vetten (meer dan 32 gram per dag) werd geassocieerd met een 60 percent lager risico om ALS-sclerose te ontwikkelen, vergeleken met de laagste inname per dag, n.l. minder dan 25 gram. De resultaten werden dubbel gescreend, en bleven dezelfde zelfs nadat andere omgevingsfactoren in rekening waren gebracht. Met geen enkel andere voedingsmiddel werden dezelfde associaties gevonden.

Dit onderzoek werd geleid door Dr. Jan Veldink. Hij schreef in zijn rapport: „Deze studie heeft aangetoond dat bij patiënten die in een fase van hoge ontvankelijkheid voor de ziekte verkeren, een kentering ten goede kan worden veroorzaakt met een zeer hoge intake van poly-onverzadigde vetten, omga 3 en vitamine E, waardoor het risico op het ontwikkelen van de ziekte mogelijks met 60 percent kan worden verminderd.” Hij voegde er aan toe dat dit onderzoek op dezelfde lijn zit als eerdere ontdekkingen, namelijk dat omega 3 vetzuren en vitamine E het risico op het ontwikkelen van Alzheimer en de ziekte van Parkinson gevoelig kan verminderen.

Dr. Veldink en zijn team zegden dat ze nog geen heel duidelijk inzicht hadden in de werking van deze vetzuren en vitamine E en evenmin hoe het kon worden uitgelegd volgens welk mechanisme deze ziekten er door konden worden beperkt. Ze dachten dat het te maken kon hebben met directe of indirecte beveiliging van de cel.

Dr. Belinda Cupid, hoofd van het onderzoeksteam van de Britse MND-vereniging was verheugd over dit onderzoek en verklaarde dat het hoop gaf voor duizenden patiënten en vooral ook voor mensen die deze akelige ziekten willen helpen voorkomen. Ook daar is men bezig de invloed van omega 3 en vitamine E te bestuderen voor heel wat andere problemen. Maar de hoop is groot dat alles meer dan bevestigd wordt.

Marine Omega visolie van Pharmanex ook verrijkt met vitamine E.

CONCEPT: Vetzuren zijn interessante voedingsstoffen voor algemene lichaamsfuncties. Door de inname en opname van omega-3 en omega-6 kan het lichaam stoffen produceren die essentieel zijn voor de werking ervan. Voedingsmiddelen die plantaardige olie bevatten of ermee bereid zijn, zijn gewoonlijk rijk aan omega-6 vetzuren, terwijl vette vis (zalm, tonijn, sardine, …) de belangrijkste voedingsbron van omega-3 vetzuren is. Gezonde voeding zou een evenwichtige verhouding van vijf eenheden omega-6 vetzuren voor één eenheid omega-3 vetzuren moeten bevatten. Helaas leidt de consumptie van te veel gefrituurde, vette voeding tot een verhoging van het gehalte aan omega-6 vetzuren. Bovendien resulteert de huidige visconsumptie in een verhouding van de vetzuren ruim in het voordeel van omega-6 vetzuren, een verhouding die volgens sommige ramingen tot 15:1 kan bedragen (www.cnrs.fr). Door de voedingsinname van omega-3 vetzuren te verhogen en die van omega-6 vetzuren te verminderen, kan een gezonde verhouding van de vetzuren verkregen worden.

Het wetenschappelijke bewijs dat de gezondheidsvoordelen van omega-3 vetzuren ondersteunt, wordt goed erkend. Er werden meer dan 100.000 wetenschappelijke studies gepubliceerd over de voordelen van vis en visolie voor de gezondheid (Medline 1966- 2004). Marine Omega van Pharmanex® is een gemakkelijke manier om de voedingsinname van omega-3 vetzuren te verhogen. Marine Omega wordt geproduceerd volgens de hoge normen van het Pharmanex® 6S Kwaliteitsproces dat garandeert dat het product voldoet aan alle gekende zuiverheidsnormen voor verontreinigende stoffen en overeenstemt met de geldende EU-wetgevingen. Marine Omega bevat ook vitamine E om de oxidatie van vetzuren te voorkomen, zodat het product vers blijft. Bovendien bevat Marine Omega krillolie. Krill is een schaaldiertje dat een interessant gehalte aan EPA en DHA bevat in de unieke vorm van fosfolipiden, die sneller en vollediger in het lichaam geraakt. Krillolie bevat tevens de carotenoïde astaxanthine die de vetzuren helpt beschermen.

Welke ingrediënten bevat Marine Omega:
Een dagelijkse dosis Marine Omega biedt 200 mg krillolie, een uitstekende bron van EPA, DHA en fosfolipiden. Marine Omega verschaft een totale hoeveelheid van 1.300 mg omega-3 vetzuren, bestaande uit 660 mg EPA en 440 mg DHA. Daarnaast werd natuurlijke vitamine E toegevoegd als antioxidant om de omega-3 vetzuren te beschermen tegen oxidatieve schade.

Klik hier voor informatie, korting en bestelwijze.

Optimum Omega bevat Vitamine E én ontgeurde knoflook.

VOORNAAMSTE VOORDELEN EN KENMERKEN • Goede bron van omega-3 vetzuren (EPA en DHA). Omega-3 vetzuren zijn meervoudig onverzadigde vetzuren die met name verkregen worden uit visolie. EPA en DHA zijn de belangrijkste omega-3 vetzuren uit visolie. • EPA en DHA dragen bij tot de normale werking van het hart. • Optimum Omega bevat ook vitamine E om het product vers te houden door de omega-3 te beschermen tegen oxidatieve schade. • Overeenkomstig de strenge Pharmanex 6S-kwaliteitsnormen op het gebied van veiligheid en werkzaamheid gebruikt Pharmanex uitsluitend visbronnen die voldoen aan al zijn kwaliteitsnormen. De visolie in Optimum Omega wordt geëxtraheerd uit vis die gevangen wordt in zeewater. • Een dagelijkse dosis Optimum Omega verschaft 2 mg ontgeurd knoflookextract.
INGREDIËNTEN Visolie (2200 mg/2 softgels) (Omega-3-vetzuren: 20% – 0,6 g/2 softgels (EPA-DHA: 0,3 g-0,2 g/2 softgels)), Softgel (Gelatine), Antioxidant: Alfa-tocoferol Vit. E (Soja), Ontgeurd extract van de knoflookbol (Allium sativum L.) (2 mg/2 softgels)

Klik hier voor informatie, korting en bestelwijze.
Dé ontdekking van de moderne geneeskunde
Omega 3 visolie kan uw leven verlengen en vele ernstige ziekten voorkomen.

Hippocrates zei al: „Laat uw voedsel uw geneesmiddel zijn en uw geneesmiddel uw voedsel.” Dat was vierentwintighonderd jaar geleden. Hij lijkt door de moderne wetenschap gelijk te krijgen. Want uit onderzoek blijkt dat wie behoorlijk wat vis eet of visolie gebruikt veel gezonder is, minder vatbaar is voor hart- en vaatziekten, kanker, reuma, depressie, multiple sclerose, ADHD, Alzheimer, impotentie, enz… en ook langer een gave jonge huid behoudt. Visolie lijkt vooral interessant vanwege het essentiële vetzuur omega-3. Aangezien we een teveel omega-6 in het lichaam hebben dat precies schadelijk is vanwege de oxidatieve werking, is de inname van omega-3 het beste cadeau voor de gezondheid.

Vroeger wees men vet met de vinger, vooral dierlijke producten die rijk aan cholesterol waren. Zij waren zogenaamd verantwoordelijk voor de hoge sterftecijfers vanwege hart- en vaatziekten. Tot een uitgebreide epidemiologische studie die een vergelijking maakte tussen de leef- en eetgewoonten van Eskimo’s op Groenland en de Denen op het vasteland aan het licht bracht dat het aantal infarcten en trombose bij Denen minstens tweemaal zo hoog was. Bovendien moest men ook vaststellen dat bij Eskimo’s veel minder diabetes, hartziekten en astma voorkwamen dan bij de Denen. Deze studie werd niet enkel in Groenland gemaakt, ook in Japan kwam men tot gelijkaardige vaststellingen. Men vergeleek er een vissersdorp en een landbouwdorp in het binnenland. De sterfte aan coronaire hartziekten was de helft lager bij de vissers en tweemaal zo hoog bij de boeren. De vissers aten ook tweemaal meer vis
In de New Engeland Journal of Medicine werd ook een studie gepubliceerd, waaruit blijkt dat de visconsumptie een sterke relatie heeft met het al dan niet optreden van vaataandoeningen. Vanaf 1960 had men de voedingsgewoonten gevolgd van 852 mannen in de leeftijd van 40-59 jaar van de stad Zutphen. Deze personen werden over een tijdsverloop van niet minder dan 20 jaar gevolgd. Bij mannen die geen vis aten was het sterftecijfer door hartziekten 2,5 maal hoger dan in de visetende groep. Men rekende hiervoor een portie van minstens 30 gram per dag, wat overeenkomt met één à tweemaal vis eten in de week. Meer vis eten, resulteerde dan ook weer niet in een vermindering van het sterftecijfer. Ook in Wales werd een belangrijke studie verricht onder 2000 patiënten. Hieruit bleek dat als minstens tweemaal in de week vette vis werd gegeten, de sterfte door hart- en vaatziekten met 33 percent daalde, terwijl de algemene sterfte door andere aandoeningen ook met 29 percent naar beneden ging. Volgens cardiologen spelen de omega 3-vetzuren een belangrijke rol niet enkel in de preventie van infarcten, maar dragen ze er eveneens toe bij dat hartritmestoornissen en acute ischemie, dat is een vernauwing van de hartkransslagaders, waardoor pijn in de borstkas ontstaat, worden voorkomen. Ook plotse hartstilstand lijkt onder deze testgroep minder voor te komen. Uit de studie uitgevoerd in Wales bleek vette vis en visolie een grotere bescherming te bieden dan magere vissoorten.

Minder dementie.
De doorbloeding van de haarvaten in de hersenen is functie van een goede functie van het geheugen en de cognitieve eigenschappen van de patiënt. Hij zal dus minder gauw last van dementie vertonen naarmate zijn hersenen in uitstekende conditie verkeren. Uit een studie onder de ouderen van Zutphen is ook gebleken dat het eten van vis, de geestelijke achteruitgang die met de jaren op gang komt aanzienlijk kan vertragen en dementie kan helpen voorkomen. Bij een studie die in Rotterdam werd gehouden onder 6000 personen kwam aan het licht dat bij viseters een beschermend effect werd aangetroffen met betrekking tot dementie. Wie minstens éénmaal in de week vis at, had 60 percent minder kans om in de volgende jaren dementie te ontwikkelen.

Visolie: minder suikerziekte en verkoudheden.
Vissers hebben geen astma. Ook Eskimo’s bijvoorbeeld kennen helemaal geen astma. Bronchitis en andere chronische longaandoeningen, zelfs emfyseem is hen in hoge mate vreemd. In elk geval hebben omega 3-vetzuren een invloed op het metabolisme van de prostaglandines en het immuunsysteem. Daardoor kunnen ontstekingen worden geremd of voorkomen. Dat verklaart misschien ook wel dat bij Eskimo’s minder reuma en multiple sclerose voorkomt.
Zelfs suikerziekte heeft een goede prognose bij viseters, want de kans op glucoseïntolerantie is 2,5 maal kleiner bij hen dan bij wie helemaal geen vis eet. In elk geval lijkt het er op dat vis een beschermend effect heeft ter hoogte van de celmembranen, waar ze een hogere vloeibaarheid realiseren, zodat ze ook gevoeliger zijn voor de werking van insuline.
Daardoor kunnen de bloedsuikerwaarden binnen normale grenzen worden gehouden. Onrechtstreeks heeft vis dan ook een invloed op de kwaliteit van het visuele waarnemingsvermogen: de ogen functioneren beter. Dat werd bevestigd door recente Amerikaanse studies.

Visolie vermindert risico op hartziekten, borstkanker, astma en Alzheimer.
Uit een studie uitgevoerd aan de universiteit van Milwaukee is gebleken dat wie regelmatig vis eet of visolie gebruikt, een veel kleiner risico loopt op ontstekingen in het lichaam en dat bovendien de kans op hart- en vaatziekten aanzienlijk kleiner wordt. Natuurlijk zijn het de omega 3 oliën die de meest gunstige werking hebben.
De Milwaukee Journal berichtte uitgebreid over deze studie en riep meteen de lezers op over te schakelen op een visrijk dieet om op die manier het cardiovasculaire risico aanzienlijk te verminderen, aldus de onderzoeker, professor Robert Wilson, een prof geneeskunde aan de medische universiteit van Minnesota.

Borstkanker.
Aan de universiteit van Indiana werd aangetoond dat omega 3 vetzuren in visolie in staat bleken om de groei van kankercellen in de vrouwelijke borst te remmen. Ook het optreden van metastasen werd daardoor afgeremd. Twee soorten omega 3 vetzuren werden onderzocht: DHA en EPA. Ze hebben afzonderlijk reeds een gunstig effect, maar samen is hun goede invloed groter. Het is in deze combinatie dat ze voorkomen in de visoliecapsules van Nutribell.

Visolie remt vermagering van kankerpatiënten af.
Aan de universiteit van Edinburgh werd onderzoek gedaan naar het effect van voedingssupplementen bij kankerpatiënten. Typisch bij kanker en vooral pancreaskanker is een toenemende vermagering van de patiënt als gevolg van metabole storingen waarbij afbraakprocessen worden gestimuleerd door de kanker, terwijl er weinig opbouw is uit de voedingsstoffen die worden aangeboden. Visolie lijkt nog best te beantwoorden aan dit probleem, omdat visolie niet enkel een ontstekingsremmende werking heeft, maar bovendien de metabole omgeving van het lichaam lijkt te verbeteren, waardoor gewichtsverlies verminderd wordt en het immuunsysteem van de patiënt ook verbetert.

Visolie tegen ziekte van Crohn.
Door Belluzzi werd in een dubbelblind en placebo-gecontroleerd onderzoek het effect van visolie-suppletie bij de ziekte van Crohn bestudeerd. Bij het één jaar durende onderzoek bleek het visolie-preparaat een significante bescherming tegen het weer opvlammen van de ziekteverschijnselen te bieden. De therapeutische werkzaamheid van visolie bij de ziekte van Crohn wordt vooral toegeschreven aan de ontstekingsremmende eigenschappen van dit voedingssupplement. Belangrijk is dat visolie-suppletie tevens, door een gunstige werking op de celontwikkeling in de darmen, kan leiden tot een vergroting van het darmslijmvliesoppervlak, waardoor de absorptie van nutriënten toeneemt en de voedingstoestand van de patiënt verbetert.

Minder complicaties bij zwangerschap.
Zwangere vrouwen hebben bij een hogere consumptie van omega-3 vetzuren minder kans op pre-eclampsie, zo blijkt uit een Amerikaanse studie, waaraan 22 aanstaande moeders met deze aandoening en 40 met een normale bloeddruk deelnamen. Pre-eclampsie is in de Verenigde Staten een van de meest voorkomende zwangerschapscomplicaties, die als oorzaak van moederlijke sterfte de derde plaats inneemt. Pre-eclampsie is tevens een belangrijke oorzaak van het voortijdig op gang komen van de bevalling, en ook van groeivertraging en sterfte bij het kind. Het is dan ook van groot belang dat visolie, een rijke bron van omega-3 vetzuren, in staat is het triglyceridengehalte te doen dalen, de bloeddruk te verlagen en de reactiviteit van de bloedplaatjes te verminderen.

Ook minder menstruatieproblemen.
In een dubbelblind placebo-gecontroleerd onderzoek bij een groep meisjes met dysmenorroe bleken de klachten significant te verminderen onder invloed van suppletie met de langketenige omega-3 vetzuren EPA (eicosapentaëenzuur) en DHA (docosahexaëenzuu)r De vetzuren werden toegediend in de vorm van een visoliepreparaat. De gemiddele score op de Cox Menstrual Symptom Scale, die bij het begin van het onderzoek 69,9 bedroeg, was na 2 maanden visolie-suppletie gedaald tot 44,4, een statistisch zeer significant verschil.

Gunstige bij reumatoïde artritis.
In een 12 maanden durend gerandomiseerd dubbelblind onderzoek werd bij een groep van 90 patiënten met reumatoïde artritis de invloed van 2 verschillende doseringen omega-3 vetzuren (2,6 en 1,3 gram per dag) vergeleken met een placebo. In de groep die 2,6 gram omega-3 vetzuren gebruikte werd een significante klinische verbetering geconstateerd, terwijl in deze groep ook het aantal patiënten waarbij de conventionele antireuma-medicatie kon worden verminderd significant groter was. Ook was de door de arts genoteerde pijnscore beduidend lager. In deze groep was ook het aantal patiënten waarbij de conventionele anti-reuma-medicatie kon worden verminderd zeer aanzienlijk, namelijk 47%.

Visolie verbetert intelligentie en verhoogt seksueel genot.
Net als de cellen van alle andere organen vernieuwen de hersencellen zich voortdurend. De cellen van morgen worden dus gemaakt van wat we vandaag eten. Welnu, de hersenen bestaan voor tweederde uit vetzuren. Wat we eten, wordt rechtstreeks opgenomen in de membranen en vormt er de basis van. Als we vooral verzadigde vetten eten dan weerspiegelt hun stijfheid zich in de stijfheid van de hersencellen. Als we daarentegen vooral meervoudig onverzadigde vetzuren eten – die vloeibaar zijn bij kamertemperatuur – dan is het omhulsel van de hersencellen zachter en soepeler en de communicatie ertussen stabieler. Vooral als het omega-3-vetzuren betreft, aldus Dr. David Servan-Schreiber.
De gevolgen voor het gedrag zijn heel duidelijk. Wanneer men de omega-3-vetzuren weghaalt uit de voeding van ratten waarmee proeven gedaan worden, verandert hun gedrag in een paar weken volledig: ze worden angstig, leren geen nieuwe taken meer en raken in paniek in stresssituaties. Maar wat misschien nog ernstiger is: voeding die arm is aan omega-3 vermindert het ervaren van plezier! Diezelfde knaagdieren hebben veel grotere doses morfine nodig voordat hun belangstelling is gewekt,. Daarentegen heeft een team van Franse onderzoekers aangetoond dat een dieet dat veel omega-3 bevat – zoals dat van de eskimo’s, die tot I6 gram visolie per dag consumeren – op de lange duur de productie van de neurotransmitters in het emotionele brein verhoogt waardoor de energie vergroot wordt en de stemming verbetert.
De foetus en het pasgeboren kind bij wie de hersenen volop in ontwikkeling zijn, hebben de grootste behoefte aan omega-3vetzuren. Een Deens onderzoek dat onlangs gepubliceerd werd in de British Medical Journal toont aan dat vrouwen wier dagelijkse voeding tijdens de zwangerschap meer omega-3 bevat, kinderen krijgen die een beter geboortegewicht hebben en die minder vaak te vroeg geboren worden. Een ander Deens onderzoek, dat in de Journal of the American Medical Association heeft gestaan, signaleert dat kinderen die gedurende minstens negen maanden na de geboorte borstvoeding hebben gehad – waardoor hun voeding een grotere hoeveelheid omega-3 bevatte – twintig en dertig jaar later intellectuele kwaliteiten hebben die uitsteken boven die van anderen. Maar het belang van omega-3 houdt niet op bij de zwangerschap, integendeel.

Waar omega 3 en waar omega 6?
Er bestaan twee soorten ‘essentiële’ vetzuren: omega-3, die voorkomt in algen, plankton en een paar landplanten zoals gras, en omega-6, die in bijna alle plantaardige oliën en in vlees zit, vooral in vlees van dieren die gevoed worden met granen of diermeel. Hoewel omega-6-vetzuren belangrijk zijn voor het organisme, hebben ze niet dezelfde heilzame eigenschappen voor de hersenen en bevorderen ze ontstekingsreacties. Men denkt dat de voeding van de allereerste mensen volmaakt evenwichtig was, met een verhouding van één op één tussen het aandeel omega-3 en omega-6. Die volmaakte verhouding zou het lichaam precies die voeding verschaft hebben die het nodig had om neuronen van een optimale kwaliteit te produceren en dus de hersenen met geheel nieuwe vermogens uit te rusten die de mens in staat stelden werktuigen, taal en bewustzijn te scheppen.
Tegenwoordig, met de ontwikkeling van de landbouw en van de intensieve veeteelt waarbij de dieren meer met granen dan met natuurlijk gras gevoed worden, en de aanwezigheid in alle industriële voedingsproducten van plantaardige olie die veel omega-6 bevat, varieert de verhouding omega-3 versus omega-6 in de westerse voedingsmiddelen tussen één op tien en één op twintig. We zouden de hersenen kunnen vergelijken met een motor die flinke prestaties kan leveren en ontworpen is voor extra geraffineerde benzine terwijl we hem laten lopen op diesel van slechte kwaliteit. Dat zou misschien ook de snelheid verklaren waarmee depressiviteit zich de laatste vijftig jaar in het Westen lijkt te verspreiden. Voor de Tweede Wereldoorlog zou de consumptie van omega-3 het dubbele van tegenwoordig zijn geweest. Welnu, juist in die periode is het aantal gevallen van depressie aanzienlijk toegenomen.

Een overmaat aan omega-6 in het organisme veroorzaakt bijna overal in het lichaam oxidatie- en ontstekingsreacties. Alle belangrijke chronische ziekten die zich in de westerse wereld op grote schaal ontwikkelen, worden verergerd door dergelijke ontstekingsreacties: hart- en vaatziekten maar ook kanker, artritis en zelfs de ziekte van Alzheimer. Er bestaat een opvallende overeenkomst tussen landen waar het hoogste sterftecijfer veroorzaakt wordt door hart- en vaatziekten en die waar depressies het meest voorkomen. Dat zou er wel op kunnen wijzen dat er gemeenschappelijke oorzaken bestaan: omega-3 heeft een zeer heilzaam effect, zowel bij hartaandoeningen die al langer bekend zijn als bij die welke pas onlangs onderzocht zijn met betrekking tot depressie.

Alle plantaardige oliën zijn rijk aan omega-6 en bevatten geen omega-3, behalve lijnzaadolie, koolzaadolie en hennepolie, die veel omega-3 bevatten, en olijfolie, die geen van beide bevat. Het is vooral noodzakelijk frituurolie te verbannen, die bovendien door de vrije radicalen die erbij vrijkomen een bijzonder oxiderende werking heeft voor de weefsels. Boter, room en niet-ontvette melkproducten zijn rijk aan verzadigde vetzuren en dienen dus maar met mate geconsumeerd te worden, want ze beperken de opname van omega-3-vetzuren in de cellen.
Als we er zeker van willen zijn dat we een voldoende hoeveelheid omega-3 van de beste kwaliteit en zuiverheid binnenkrijgen, is het in de praktijk vaak handiger om deze in te nemen in de vorm van voedingssupplementen. Uit de bestaande onderzoeken blijkt dat men om een antidepressieve werking te krijgen, per dag tussen de 2 en 3 gram van een mengsel van de beide visvetzuren eicosapentaeenzuur (EPA) en docosahexaeenzuur (DHA) zou moeten consumeren.

Het verdient de voorkeur een product te kiezen dat ook een beetje vitamine E bevat om de olie tegen mogelijke oxidatie te beschermen, die hem ondoeltreffend en zelfs schadelijk zou maken. Verscheidene auteurs adviseren om het innemen van visolie te combineren met een vitaminesupplement dat vitamine E bevat om de oxidatie van de omega-3-vetzuren binnen het organisme te voorkomen.

Tot slot: de levertraan die door onze grootouders zeer werd gewaardeerd als bron van vitamine A en D, is geen goede bron van omega-3. Men zou er zulke grote hoeveelheden van moeten nemen dat hij zou leiden tot een grote en gevaarlijke overdaad aan vitamine A.

Visolie maakt niet dik!
Merkwaardigerwijs schijnt visolie niet dik te maken. In zijn onderzoek naar manisch-depressieve patiënten stelde Stoll vast dat de proefpersonen niet dikker werden, hoewel ze dagelijks een behoorlijke hoeveelheid olie consumeerden. In feite werden sommigen van hen zelfs magerder. Uit een onderzoek onder muizen blijkt dat muizen die een dieet kregen dat veel omega-3 bevatte 25 procent magerder waren dan muizen die precies dezelfde hoeveelheid calorieën consumeerden, maar dan zonder omega-3. Het schijnt dat de manier waarop het lichaam omega-3 gebruikt de vorming van vetweefsel beperkt.